


interview
Kito Sino is ondertussen een vertrouwd gezicht in De Markten. Hij gaf er enige jaren geleden beeldende ateliers georganiseerd door het Koerdisch Bureau en stelde al twee keer werk tentoon in een groepstentoonstelling georganiseerd door Globe Aroma. In maart presenteert hij de installatie Tussen, een werk dat kadert in het project WIT. Dwonder van claren ijse en snee.
De Vijfhoek: Kito, stel jezelf eens voor.
K.S.: Mijn naam is Kito Sino. Ik ben geboren in Koerdistan, Syrië. Daar studeerde ik Arabische literatuur maar die studie heb ik niet afgemaakt. In 1995 ben ik afgestudeerd als meester in de monumentale en decoratieve kunsten in Moskou. Daarna ben ik naar Duitsland, Nederland, Polen, Wit-Rusland, Rusland en Syrië gegaan. In 2000 ben ik naar België gekomen en heb ik asiel aangevraagd, maar tot nu toe heb ik nog steeds geen zekerheid.
Ik wacht op regularisatie. Ik ben al vier jaar bezig met mijn kunst… De eerste twee jaar in België had ik het moeilijk, want ik kende hier niemand en kende de taal niet. Ik moest op zoek naar iets om van te vertrekken. Maar na vier jaar had ik contact met het Koerdisch Bureau. Ik gaf er ateliers voor kinderen
en volwassenen. Daarna ben ik in contact gekomen met Globe Aroma en andere organisaties. Ik houd me dus bezig met kunst: cursussen, schilderijen, sgraffiti,…
D.V.: Je vermeldt hier en op je website niet hoe oud je bent.
K.S.: 100% kennen is moeilijk voor mij. Ik weet niet of ik het weet. Daarmee wil ik zeggen dat ik niets zeker wil maken. Ok, ik kan je zeggen dat ik morgen om 14.00 u. een afspraak heb, maar voor meningen ligt het anders. Is een schilderij goed of niet, mooi of niet? Deze filosofie zegt mij dat ik nu niets kan zeggen. Ook al ken ik mijn geboortedatum, ik wil hem niet zeggen.
Zo staat er op de website ook niet van welk land ik ben. Ik wil beetje bij beetje stoppen met deze rare filosofie van ‘ik ben Vlaams’, ‘jij bent Koerd’. Ik wil het over de persoon hebben.
D.V.: Je zei dat je van Koerdistan, Syrië bent en niet van Koerdisch Syrië. Wat is het verschil?
K.S.: Op die manier wil ik duidelijk maken dat nationaliteit voor mij niet belangrijk is, dat ik me niet wil verbinden aan een geografisch punt. Als ik zeg dat ik een Koerd ben, dan betekent dat ook dat mijn mama Koerd is, en mijn papa Koerd is en mijn bloed Koerdisch is. Daar wil ik mee stoppen. Voor mij is het beter dat ik zeg dat ik van X-land ben, ik wil breken met Koerdistan als geografische
plaats. Want er wonen niet alleen Koerden.
D.V.: Vreemd, de meeste Koerden ijveren toch voor een eigen staat?
K.S.: Ik wil wel de Koerdische cultuur beschermen of de taal. Want iemand die je taal afneemt, pakt je vrijheid af. Je moet vechten, maar niet met wapens. Ik ben bezig met kunst, anderen met iets anders, maar een partij mag geen agressie in zijn programma
hebben. Het moderne leven geeft je een kans om het anders aan te pakken.
D.V.: Je bent door Europa getrokken…
K.S.: Dat is goed geweest, beter dan dat ik in Syrië was gebleven
om alleen Arabisch te leren. Nu heb ik veel andere landen gezien, waar de mentaliteit beter is. Ik heb met veel culturen contact gehad. Ik heb geleerd om de negatieve dingen te stoppen,
racisme, kwaad op iemand zijn. Ik heb de oogkleppen afgezet.
D.V.: En hoe vind je het nu in België?
K.S.: Ik wil in België blijven, het land is niet groot en je kan overal naar toe vanuit Brussel. Hier zijn ook veel culturen en interessante
mensen. Ondertussen heb ik hier mijn eigen geschiedenis en heb ik al veel contacten gelegd. Het samengaan van de Franse en Nederlandse taal is een bron van rijkdom ook al zorgt dit soms voor problemen. Ik heb het gevoel dat ik soms tussen de twee kanten sta. Ikzelf gebruik in mijn workshop veel talen door mekaar: Koerdisch, Russisch, Arabisch, Nederlands, soms Engels en dan nog enkele woorden Frans.
Weet je waar ik het moeilijk mee heb? In West-Europa moet je de hele tijd maar werken en bezig zijn. Want als je ermee stopt doet iemand anders het in je plaats en ben je je plek kwijt. Je bent niet vrij. En deze manier van leven wordt universeel, want elders willen ze kopiëren hoe het er hier of in Amerika aan toe gaat. Dat is spijtig, want daardoor worden de keuzemogelijkheden beperkt, de diversiteit gaat er uit.
D.V.: Heb je veel contact met Koerdische mensen in Brussel?
K.S.: Minder dan vroeger. Als je wilt verder gaan in je leven met een open mentaliteit dan moet je stoppen met sommige contacten. Dus wanneer ik nu minder contact heb met Koerden, heb ik meer contact met andere nationaliteiten.
D.V.: Je bent in Brussel pas echt begonnen als kunstenaar?
K.S.: Soms praat ik met vrienden en dan zeggen we dat we slechte kansen gehad hebben omdat we op een bepaalde plaats geboren zijn. Nu ben ik pas hier en heb ik eigenlijk al 30 jaar verloren. In Rusland en Duitsland heb ik ook wel al wat artistieke dingen gedaan, maar al mijn dingen zijn daar achtergebleven.
D.V.: Wat zijn de thema’s van jouw werk?
K.S.: Ik wil het niet over concrete thema’s hebben, maar tegelijk zijn ze wel mijn vertrekpunt. Ik wil bijvoorbeeld over terrorisme praten, maar ik wil een beetje verder gaan dan dat. Ik wil het over meer universele thema’s hebben, die doorheen de tijd niet te veel veranderen. Bijvoorbeeld jaloezie: dat verhaal is duizend jaar oud. Ik wil over diepe filosofie praten, maar in één werk kan ik niet alles zeggen. In al mijn werken samen vertel ik wel veel over mijn filosofie en over Kito. Ik heb het ook vaak over de verhouding tussen man een vrouw, als twee mensen. Er zijn vele verschillen tussen man en vrouw en soms begrijp je niet wat verschillend is. Er is een tegenstelling tussen man en vrouw en die verandert niet. Je hebt nu wel veel mannen die zeggen dat ze voor de rechten van vrouwen zijn, maar toch blijft die tegenstelling bestaan. Er is een disharmonie die soms iets kapot maakt. De harmonie is misschien vijf miljoen jaar geleden verloren gegaan.
D.V.: Kan je leven van jouw artistiek werk?
K.S.: Meestal krijg ik geen of slechts weinig geld voor de dingen die ik maak. Ik werkte bijvoorbeeld mee aan Synapse, het project van Canaletto, ik maakte een installatie voor Dialoogue, een project van Globe Aroma en soms begeleid ik zelfs gratis workshops.
Soms verdien ik er wel iets mee. Zo decoreerde ik bij particulieren een badkamer, toilet en keuken met mozaïeken. En in Parijs maakte ik twee grote sgraffiti in opdracht. En ik krijg steun van de Koning Boudewijnstichting om lessen mozaïek, keramiek,… te kunnen organiseren bij Globe Aroma. Weet je dat ik trouwens een nieuwe mozaïektechniek heb ontwikkeld? Maar voor ik er mee naar buiten kom wacht ik nog op een octrooi. Een commissie moet oordelen of het werkelijk om een nieuwe techniek gaat.
D.V.: Ik zag op je website dat je veel op treinkaartjes tekent?
K.S.: Dat is inderdaad een project waar ik al zeven jaar aan werk. Ondertussen heb ik bijna 100 stukken. De techniek is heel eenvoudig: met een gewone balpen op de rugzijde van een treinticket. In die tekeningen geef ik mijn kijk op de wereld, soms satirisch, soms kritisch, soms religieus, soms shockerend. Ik zou hiermee graag een tentoonstelling maken in een station. Maar hiervoor heb ik nog middelen nodig en ik moet nog eens goed nadenken hoe ik het bij de NMBS wil aanpakken en wat ik hen wil voorstellen. Het lijkt me een goed idee om mijn tekeningen tijdens de periode van de tentoonstelling op de tickets van alle reizigers te drukken, ik wil ook graag een kleine catalogus uitgeven,…
(Terwijl hij ons foto’s laat zien van zijn werk stuit hij op een verfomfaaide kopie van een identiteitsdocument.)
D.V.: Zijn dat je “papieren”?
K.S.: Dit papier is niks meer waard, het blijft bij mij als herinnering aan vroeger. Ik heb geen papieren meer…
D.V.: Betekent dat dan dat je elk moment het land kan uitgezet worden?
K.S.: Nee, als de politie me meeneemt naar het kantoor en me vraagt om identiteitsbewijzen te tonen, kan ik enkel vertellen waar ik woon en dat ik een regularisatiedossier heb ingediend en dat ik wacht op een antwoord. Zo lang ik dat antwoord niet heb, kan ik hier blijven.
D.V.: Wanneer komt dat antwoord?
K.S.: Een heel moeilijke vraag waar niemand me het antwoord kan op geven. Soms ben ik wel kwaad op België omdat het zo lang duurt. Dit maakt me psychisch kapot. Ik heb drie jaar geleden een dossier van 10 cm dik ingediend, ik weet niet wat daarmee gebeurt of wie ermee bezig is of wanneer ik een antwoord
krijg. En er is ook niemand die me dat kan vertellen. Soms verdenk ik het systeem ervan dat het bewust zo ondoorzichtig gemaakt wordt om mensen te ontmoedigen zodat ze vanzelf vertrekken.
D.V.: Twijfel, wachten,… Is dat de twijfel die ook in je werk zit?
K.S.: Misschien wel. Wellicht zou ik anders denken mocht ik miljardair zijn. Wellicht zou ik ook ander werk maken. En ik denk dat ik hard werk om mijn problemen te vergeten. Het gaat zelfs zo ver dat ik fysiek hard werk om ’s avonds moe te zijn en goed te kunnen slapen.
D.V.: Kan je nog terug naar Syrië?
K.S.: Je vroeg me al of ik in Brussel contacten heb met andere Koerden. Ja, die heb ik. Samen organiseren we elk jaar 2, 3 manifestaties tegen de Syrische ambassade waarin we onze rechten opeisen. Rechten voor de Koerdische taal, cultuur en politiek. De Koerden van Syrië moeten zich zelfstandig kunnen organiseren. Sinds 50 jaar zijn ze al hun rechten in hun land kwijtgeraakt. Er zijn weinig dingen waar ik zeker van ben, maar dit weet ik wel: de Koerden hebben rechten.
Ik heb nog voor Med TV gewerkt, een Koerdische TV zender in Denderleeuw. Ik heb meegedaan aan de hongerstaking tegen het Syrische regime. Maar wat belangrijk is, ik neem alleen deel aan niet gewelddadige activiteiten.
Dus, naar Syrië terugkeren lukt niet.
D.V.: Je gaat vaak weg uit Brussel, je vertelde al van je verzameling treintickets… Je kent België dus al een beetje.
Zou je niet liever op het platteland wonen?
K.S.: Ik kan niet in een klein stadje of een dorp wonen. Ik heb veel mensen rond mij nodig. Dat heeft het voordeel dat je steeds met iets nieuws in contact komt. In een dorp is alles gesloten, je hebt minder diversiteit. In België is Brussel de enige plek waar ik kan wonen, omdat het een stad is maar ook omdat ik hier een stukje geschiedenis heb. Brussel is mijn stad.
D.V.: Hopelijk voor lang…
K.S.: Tot nu toe ben ik nog niet tegen mijn principes moeten ingaan
om hier te kunnen wonen. Maar misschien, de dag waarop ze me zeggen: “Je moet vertrekken”
wordt het anders. Dan ga ik toch zoeken hoe ik hier kan blijven.
Ik heb ook mijn trots. En die maakt dat ik een niet-gewelddadige manier zal zoeken om hier te kunnen blijven.
Weet je, als je hier als asielzoeker aankomt, dan moet je je trots laten varen. Je voelt je een beetje een slaaf die moet buigen voor het systeem. Je bent gevlucht uit je land om politieke redenen of om economische redenen en je moet hier uitzoeken hoe je je moet gedragen om hier te kunnen blijven: je leert een nieuwe taal, nieuwe gewoontes,… en je probeert je leven zo te organiseren dat ze je zeggen: “OK, je mag blijven.” Met mooie woorden noemen ze dat: integratie, assimilatie, adaptatie,… Maar eigenlijk betekent het vaak dat je moet breken met je verleden.

